Jazz in Vlaanderen in 2005

Door Didier Wijnants

Twintig jaar geleden schreef wijlen Mon Devoghelaere in een in Nederland gepubliceerd jaaroverzicht van de Belgische jazz dat Vlaamse jazzmusici veel aan hun Waalse collega’s te danken hadden. “Vele jonge Vlaamse musici maken dankbaar gebruik van de infrastructuur die de Waalse musici met hun zin voor organisatie hebben opgebouwd”. We zitten dan midden in de jaren tachtig, de jazz beleeft internationaal een heropleving (die soms het karakter van een restauratie krijgt) en tevens de bloeiperiode van de Lundis d’Hortense, een muzikantencoöperatieve die er in het Franstalige landsgedeelte in geslaagd was een heel podiumcircuit voor jazz op te bouwen. Goede podia, een georganiseerd circuit van concerten die ook nog eens de nodige aandacht kregen in de media, daar kon men in Vlaanderen toen alleen maar van dromen. De belangrijkste impulsen voor de Vlaamse jazzmusici kwamen toen nog van de openbare omroep die destijds nog een jazzorkest én een big band in het leven hield. Er is sindsdien veel water naar de zee gevloeid.

Jazzorkest en Big Band zijn uit het budget van de inmiddels geregionaliseerde en tot VRT herdoopte omroep geschrapt. Dat leek even op een pijnlijke zaak voor de Vlaamse en Belgische jazz, maar het werd omgebogen in een winstpunt omdat er initiatieven vanuit de basis ontstonden. In 1993 richtten de muzikanten Frank Vaganée, Serge Plume en Marc Godfroid het Brussels Jazz Orchestra op. Dat leek toen nog een overambitieuze en veel te dure onderneming, maar vandaag spreken we van een orkest met wereldfaam dat bijzonder succesvolle samenwerkingsprojecten wist op touw te zetten met internationale toppers zoals Dave Liebman, Kenny Werner en Maria Schneider.

In hartje Brussel vonden de avontuurlijkste jonge jazzmusici elkaar eind jaren tachtig in De Kaai, een informele plek waar avontuurlijke ideeën opborrelden en uitgetest werden. Dit was de bakermat van groepen zoals Aka Moon (officieel ingedeeld bij de Waalse jazz) en KD’s Basement Party van pianist en componist Kris Defoort. Uit die creatieve energie ontstond later Octurn, een samenwerkingsverband van een tiental jazzmusici die in de Brusselse club The Sounds rond 1993 hun tanden zetten in de erg stijlvolle maar ook veeleisende arrangementen van Kris Defoort. Medio de jaren negentig had Vlaanderen daardoor meteen twee big bands van hoog niveau, allebei producten van veel ondernemingslust en (later) goed management. En het resultaat kon niet uitblijven, want beide orkesten werden uiteindelijk door de Vlaamse Gemeenschap structureel betoelaagd waardoor er ruimte kwam voor diverse projecten. Daarnaast heeft de Vlaamse Gemeenschap ook de inspanningen van JazzLab Series gehonoreerd. Dit initiatief ontstond onder impuls van het kunstencentrum De Werf waardoor er zoveel jaren na het Franstalige jazzcircuit ook een structureel Vlaams jazzcircuit ontstond: goede podia, een gevulde agenda, media-aandacht, het is noodzakelijke zuurstof voor de Vlaamse jazz. Net zoals een goed uitgebouwd circuit van internationale jazzconcerten. Ook dat aanbod is de laatste jaren gegroeid en bovendien geografisch beter verspreid. Vijf jaar geleden heette het nog dat een jaarlijks jazzfestival in Vlaanderen niet leefbaar was, reden waarom Jazz Middelheim in Antwerpen een biënnale is. Maar toen kwam er Jazz Brugge (met een moedig en misschien commercieel onhaalbaar programma), het Blue Note Festival in Gent en het compleet vernieuwde Free Music Festival in Antwerpen. Drie heel verschillende initiatieven, alledrie mét overheidssteun, maar vooral gegroeid vanuit een gezonde ondernemingslust, met een consequente inhoudelijke lijn en gebaseerd op goed management.

Er zijn nog andere aspecten die de huidige diversiteit en creatieve kracht van de Vlaamse en Belgische jazz verklaren. Het hele jazzvak is professioneler geworden, maar er zijn de laatste jaren ook steeds meer professionele jazzmuzikanten ‘op de markt’ gekomen. Jazz wordt tegenwoordig aan de conservatoria geleerd en dat levert minstens vakbekwame mensen op en soms ook meer. Pure autodidacten heb je vandaag nog zelden, maar je hebt mensen zoals Jozef Dumoulin die een hele jeugd lang geknutseld en geëxperimenteerd heeft en die met die honger het jazzconservatorium heeft doorkruist. Zo iemand is niet met jazz bezig vanuit een nostalgisch swing-ideaal, maar vanuit een gezonde nieuwsgierigheid naar klanken, hun werking en de verbijsterende dingen die je kunt maken in het vuur van een dialoog onder muzikanten. Je hebt ook mensen zoals Bart Maris die geen gelegenheid laat voorbij gaan om samen te werken met creatieve musici van diverse pluimage. Je hoort hem zijn stempel drukken op de klankband van tv-series, je ziet hem glunderen in een professioneel-humoristisch orkest zoals de Flat Earth Society en je ziet hem verstandig stoeien met vrije vormen en een Ornette Coleman-smaakje in zijn groep Les Poubelles. Al die energieën komen samen in de Flemish Jazz Meeting, een initiatief van kunstencentrum De Werf in Brugge, altijd op de bres voor jazz in Vlaanderen.

Deze compilatie is geen bloemlezing maar een collage en dat geldt natuurlijk ook voor de begeleidende cd. De stijldiversiteit is alles wel beschouwd zelfs verrassend groot. Een tiental jaren geleden hoorde je wel eens opperen dat de introductie van jazz aan conservatoria tot een vervlakking zou leiden, met een overdosis aangeleerde clichés. Dat is in Vlaanderen (en in België, laat ons wel wezen, die grens bestaat in de muziek niet) alvast niet het geval. De meest ‘traditionele’ bijdrage op de cd komt wellicht van Bart Defoort, de meest ‘afwijkende’ jazzvormen zijn te horen bij Jozef Dumoulin, Mâäk’s Spirit en Octurn. Maar binnen die heel brede waaier verkent elke muzikant op zich een stukje de grenzen van zijn kunst. Ben Sluijs is na veel succesvolle jaren met een traditioneel kwartet op zoek gegaan naar meer vrijheid in vorm en klank. Jeroen Van Herzeele verkent zijn compositorische mogelijkheden met zijn groep Greetings From Mercury. Robin Verheyen zoekt uit hoe ver en hoe hoog hij kan gaan op de sopraansax zonder uit te glijden. Chris Joris laat zijn berimbau resoneren tegen een achtergrond van klassieke strijkers. Erik Vermeulen en Jef Neve meten de ruimte met hun breed uitgetekende piano-akkoorden.

De diversiteit van de cd en van het aanbod op de Flemish Jazz Meeting hoeft niet als een statement gelezen te worden, beschouw het gewoon als een realistische momentopname van wat er vandaag bij onze interessantste jazzmensen leeft en broeit. Het is muziek met soms diepe wortels en ongetwijfeld ook nog onverwachte vruchten.